Sinds vrijdag heb ik Rabat voor Agadir ingeruild, en dat is een wereld van verschil. Agadir is een wat vreemde stad. Knokke-aan-de-Atlantische-Oceaan, Lloret-de-mar-aan-de-Atlas, Blankenberge-waar-het-in-de-winter-wel-warm-is. Zee, strand, hotels, toeristen, Agadir heeft het allemaal.
Mijn spot is wat overdreven. Toeristische plaatsen hebben altijd wat onaardigs in zich, maar in de stad wonen heeft ook zijn voordelen. Om er een te noemen, steden hebben grote souks (een overdekte markt). In Agadir is die souk wel héél erg groot: vier vierkante kilometer. Hij zou de grootste zijn van Marokko, misschien wel van de hele Maghreb.
Genoeg voorlopig over de stad. Sinds gisteren ben ik aan het werk en hoewel mijn takenpakket nog niet heel concreet is, ben ik heel enthousiast. Ik ben tewerkgesteld in een programma van de BTC in samenwerking met het Office National de l’Eau Potable (ONEP). Marokko is een land met goed functionerende instellingen, en de ONEP is daar zeker een van.

Vandaag mocht ik met een aantal collega’s mee naar een vergadering met vertegenwoordigers van lokale associaties in het dorp Aïd Milk. Dat dorp haalde zijn water tot voor kort uit een eigen put, maar noch de kwaliteit daarvan, noch de kwantiteit waren voldoende. De ONEP heeft daarom een watertoren gebouwd in het dorp, en die aangesloten op het algemene waternetwerk. De problemen die vroeger bestonden zijn daarmee opgelost. Het enige wat nog moet gebeuren is de watertoren aansluiten op individuele huishoudens. ONEP doet daarvoor beroep op associaties die gebruikers van water verenigen. Die associaties moeten via hun leden vijf procent van de kosten van de individuele aansluitingen betalen en worden opgeleid om het netwerk binnen het dorp te beheren, zowel op technisch als op economisch vlak.Morgen ga ik met enkele collega’s kijken naar een dam en een aantal andere technische faciliteiten van de ONEP.