dinsdag 22 november 2011

Agadir

Volzinnen had ik beloofd. En foto’s. Hier gaat ie:

Sinds vrijdag heb ik Rabat voor Agadir ingeruild, en dat is een wereld van verschil. Agadir is een wat vreemde stad. Knokke-aan-de-Atlantische-Oceaan, Lloret-de-mar-aan-de-Atlas, Blankenberge-waar-het-in-de-winter-wel-warm-is. Zee, strand, hotels, toeristen, Agadir heeft het allemaal.

In 1960 verwoeste een aardbeving de hele stad, om drie kilometer zuidelijker heropgebouwd te worden. Het resultaat is dat Agadir amper historische gebouwen heeft. Zowat het enige restant van de oude stad is de Kasbah, een citadel (die de aardbeving evenmin overleefde maar opnieuw werd opgebouwd) die meer dan 200 meter boven de stad uittorent. Op de heuvel waar de citadel op ligt staat in grote letters geschreven: “God, vaderland, koning”. ’s Nachts geven de letters licht. Hollywood, ook dat nog.

Mijn spot is wat overdreven. Toeristische plaatsen hebben altijd wat onaardigs in zich, maar in de stad wonen heeft ook zijn voordelen. Om er een te noemen, steden hebben grote souks (een overdekte markt). In Agadir is die souk wel héél erg groot: vier vierkante kilometer. Hij zou de grootste zijn van Marokko, misschien wel van de hele Maghreb.

Genoeg voorlopig over de stad. Sinds gisteren ben ik aan het werk en hoewel mijn takenpakket nog niet heel concreet is, ben ik heel enthousiast. Ik ben tewerkgesteld in een programma van de BTC in samenwerking met het Office National de l’Eau Potable (ONEP). Marokko is een land met goed functionerende instellingen, en de ONEP is daar zeker een van.

Vandaag mocht ik met een aantal collega’s mee naar een vergadering met vertegenwoordigers van lokale associaties in het dorp Aïd Milk. Dat dorp haalde zijn water tot voor kort uit een eigen put, maar noch de kwaliteit daarvan, noch de kwantiteit waren voldoende. De ONEP heeft daarom een watertoren gebouwd in het dorp, en die aangesloten op het algemene waternetwerk. De problemen die vroeger bestonden zijn daarmee opgelost. Het enige wat nog moet gebeuren is de watertoren aansluiten op individuele huishoudens. ONEP doet daarvoor beroep op associaties die gebruikers van water verenigen. Die associaties moeten via hun leden vijf procent van de kosten van de individuele aansluitingen betalen en worden opgeleid om het netwerk binnen het dorp te beheren, zowel op technisch als op economisch vlak.

Morgen ga ik met enkele collega’s kijken naar een dam en een aantal andere technische faciliteiten van de ONEP.

woensdag 16 november 2011

The boys

Of beter les gars. Met drie zijn we : Jonathan, Gino en ik. Alledrie zullen we het komende jaar werken in ontwikkelingsprogramma’s van de BTC in Marokko. En er is nog een vierde, Jeroen. Die komt begin december pas naar Marokko.

Maandag, Brussel-Casablanca. Tijd om na te denken. Er zit een Marokkaanse man die is uitgewezen achteraan in het vliegtuig, geflankeerd door twee agenten. Geschreeuw. Ik weet niet goed wat ik er van moet denken, maar eng is het.

Maandag, Casablanca-Rabat. Wat een kleine auto, voor drie jongens die een jaar in Marokko blijven en een heleboel van hun hebben en houden in valiezen hebben meegenomen. Wat een avontuur, Gino en Jonathan op de passagierszetel, en ik tussen de bagage op de achterbank. Door een versperring van de politie, die gelukkig bezig is met andere auto’s controleren.

Maandag, Casablanca-Rabat. De landschappen die voorbij zoeven, de bijzonder grote maan, vreemde vegetatie, de geur die anders is dan anders. De reservaties die ik in het vliegtuig nog had zijn weg. De opwindendheid van iets nieuws, ik weet waarom ik aan dit avontuur begonnen ben.

Dinsdag, Rabat. We worden hartelijk ontvangen door de mensen van het BTC-kantoor. We worden gebrieft over de werking van de BTC en haar Marokkaanse partners. Het is intens. We ontmoeten veel mensen en krijgen veel informatie.

Woensdag, Rabat. Na een grondige heropfrissing van de programmadossiers gisterenavond krijgen we vandaag meer uitleg over de programma’s waarin we alledrie gaan werken.

Dinsdag-Woensdag, Rabat. De Medina van Rabat is een verzameling van honderden nieuwe geuren en smaken. Soorten fruit die ik nog nooit gezien heb, laat staan dat ik de naam ervan ken. Koekjes die even lekker zijn als ze ruiken. En niet te vergeten, Suikerrietsap. Heerlijk, en mag gerust met een hoofdletter.

Dinsdag-Woensdag, Rabat. Aanpassing? Nu nog niet veel. De supermarkt (in de diplomatieke wijk, ik moet correct zijn) verkoopt meer Franse kazen dan er in Frankrijk gemaakt worden. Daarnet hebben we een Marokkaans biertje gedronken. Voor het eerst in lange tijd heb ik vlees gegeten. In het begin smaakte het echt wel goed, maar na een paar happen viel het mij toch wat slecht. Ik ga het niet spontaan klaarmaken, maar af en toe vlees eten went wel.

Vrijdagavond reizen we alledrie met het vliegtuig naar onze eigen regio. In mijn geval is dat Agadir. Dan begint het echt. Een laatste briefing over het project, de zoektocht naar een appartement, en beginnen met werken. Ik ben benieuwd!

Les gars zien elkaar in ieder geval nog terug. We hebben afgesproken om regelmatig samen op weekend te gaan ergens in Marokko. En bovendien is er om de drie maanden een bijeenkomst gepland op de zetel van de BTC in Rabat.

(Mijn excuses voor de telegramstijl, maar het zijn nogal drukke dagen nu. Binnenkort meer, en in volzinnen! En met foto's!)