dinsdag 22 mei 2012

Leven aan zee


Hoewel het één uur ’s nachts is zijn er nog steeds twee vissers op het strand met hun hengels uitgeworpen. Aan de bovenkant ervan hebben ze lichtjes gehangen, zodat ze hun lijnen zien bewegen als een vis toehapt.

De kliffen van Sidi R'bat (foto: François-Xavier Boulanger)
Ver weg van grote steden is de nachtelijke hemel boven Sidi R’bat goed gevuld met sterren. Het kleine dorp ligt enkele honderden meters achter een zandstenen klif dat het strand scheidt van de rest van het land. Toch is het allerminst verlaten aan zee, zelfs niet op dit uur. In de kliffen zijn over de hele lengte grotten uitgehouwen. Ze hebben houten deuren met een huisnummer erop. Het zijn uitvalsbasissen van vissers die vroeg op de dag het ruime sop kiezen, of van zij die houden van vissen des nachts. Het is voor zo’n grot dat we liggen in te dommelen, nadat we deze namiddag kennis hebben gemaakt met de eigenaar ervan.

 De grot (foto: François-Xavier Boulanger)
 1.835 kilometer kust telt Marokko, en er is geen stukje daarvan dat niet gebruikt wordt. De zee oefent een grote aantrekkingskracht uit, als gevolg van de vis die ze in zich heeft, de handel die ze toelaat over haar water, en het milde klimaat dat ze achterlaat overal waar haar golven zich op het land werpen.

 Een plaats als Sidi R’bat is goed voor een avontuurlijke weekenduitstap, en zo heeft elk strand haar eigen kwaliteiten. Wie een grot nogal mager vindt qua comfort, maar het toch graag rustig en bescheiden houdt, kan bijvoorbeeld uitwijken naar Tifnit. Het vissersdorpje bestaat uit gezellige witte huisjes die tot juist aan het strand gebouwd zijn, maar beschikt nog niet over stromend water of elektriciteit. Eens de nacht valt is de gaslamp van de kruidenier het enige lichtpunt dat het dorp vanuit de verte onderscheidt.

De dijk van Agadir (foto: Rudi Tierens)
Wie stromend water en elektriciteit een must vindt, is in Agadir aan het goede adres. Het brede en smetteloze strand is erg populair bij Europese toeristen die op zoek zijn naar mooi weer en die vaak hun toevlucht zoeken in de witte hotels achter de dijk. Maar ook bij de lokale bevolking is het erg in trek. ’s Ochtends en ’s avonds zijn er joggers van alle leeftijden en met alle gangbare kledingstijlen. Daarnaast wordt ook gevoetbald en gevolleybald op het strand. Een wandeling in de branding bij zonsondergang is dan weer erg populair bij koppels. De autovrije dijk tenslotte is erg geschikt voor een gezellig cafébezoek met vrienden.

Uiteraard heeft het strand van Agadir ook haar nadelen. Het is heel keurig en netjes en het maken van vuur is bijvoorbeeld verboden. Wie graag een tajine klaarmaakt op het zand kiest beter voor een van de eerder vernoemde locaties. Ook voor wie houdt van geschiedenis is Agadir geen goeie plaats. De stad werd in 1960 door een aardbeving getroffen en het oude centrum werd met de grond gelijk gemaakt. Alleen enkele oude muren herinneren nog aan de medina van vroeger.

Essaouira
Waar wel geschiedenis te vinden valt is Essaouira. De Portugezen kozen de plaats in het begin van de 16e eeuw om een fort neer te planten en onder de Marokkaanse sultan Mohammed ben Abdallah werd het in de 18e eeuw de belangrijkste havenstad van het land. De oude medina van de stad is een van de mooiere van Marokko.

In Sidi R’bat werden we de volgende ochtend wakker bij het rijzen van de zon. Terwijl ik terug naar Agadir ging, waar mijn ouders juist waren aangekomen, spoelde er een walvis aan op het strand. Een beest dat respect inboezemt, want naar ik hoorde werd het eerst nog gezegend door een imam, alvorens begraven te worden in het zand.

(foto: François-Xavier Boulanger)