donderdag 2 mei 2013

Marokko’s verdwijnende bioscopen

Tijdens het spitsuur heerst er een drukte van jewelste rondom Cinéma Salam. Het centrale taxistation van Agadir is vlakbij en witte en oranje taxi’s rijden zonder ophouden af en aan. Enkele mannen keuvelen op het terrasje voor de cinema. Niemand echter maakt aanstalten om naar de film te gaan. Een optie is het niet, want Cinéma Salam is al ruim tien jaar dicht

Lees het volledige artikel...

vrijdag 18 januari 2013

Berbers en Romeinen

Hassan heeft me uitgenodigd om het weekend door te brengen in zijn geboortedorp in het Anti-Atlasgebergte. Deze streek van Marokko wordt voornamelijk bewoond door de Amazigh, bij ons beter bekend als Berbers.

Toen de Arabieren in de zevende eeuw Noord-Afrika veroverden bevolkten de Berbers het gebied al. Vandaag maken de ze naar schattig tussen de 40 en 60 procent uit van de Marokkaanse bevolking. Velen leven in de meer bergachtige streken van Marokko, maar ook de bevolking van de kuststad Agadir bestaat hoofdzakelijk uit Berbers.
Agadir in het Berberse geschrift

Berbers hebben hun eigen taal en zelfs een eigen geschrift, hoewel dat laatste door maar weinig mensen beheerst wordt. De laatste jaren is de Berbercultuur bezig aan een opmars. Terwijl uitingen ervan vroeger onderdrukt werden door het Arabische bestuur van het land, hebben de autoriteiten zich recentelijk toegefelijker opgesteld. Sinds de laatste grondwetswijziging, in mei vorig jaar, is het Tamazight, een van drie in Marokko bestaande Berbertalen, erkend als officiële taal.

De Amazigh of Berbers hebben ook een eigen kalender, hoewel die in de praktijk slechts een folkloristische waarde heeft. Toch maken sommige verenigingen gebruik van de gewonnen vrijheid om het Amazigh nieuwjaar te vieren, zoals het geval was dit weekend in het dorpje waar ik was. Op het centrale plein van het dorp werden optredens georganiseerd, onder het toeziend oog van de gendarmerie, bezorgd dat de nieuwe culturele vrijheid tot al te veel subversiviteit zou leiden.


De volgende dag zit samen met Hassan en een Franse vriend thee te drinken in het salon van Hassan’s ouderlijke huis. Zijn nichtje Meriem is er ook bij, en regelmatig loopt ze over en weer naar de keuken met nieuws over wat de buitenlanders aan het doen zijn. Wanneer ze in de keuken haar verhaal doet heeft ze het steeds over “roemies”, het Berberse woord voor Romeinen.  Sinds de tijd dat het Romeinse Rijk delen van Noord-Afrika controleerden zijn de Berbers het woord blijven gebruiken om Europeanen aan te duiden. Ook de benaming “Berbers” zou uit diezelfde tijd stammen. De Romeinen beschouwden de volkeren aan de rand van hun rijk naar verluid als barbaren, en de Arabieren namen het woord later over om de oorspronkelijke bevolking van Noord-Afrika te benoemen.

woensdag 12 december 2012

Een biertje in Rabat

De tafels worden overbevolkt door lege bierflesjes. Obers doen de moeite niet om ze weg te halen. Het licht wordt verduisterd door een dikke mist van sigarettenrook. Ver zit ik er niet naast als ik zeg dat iedereen in dit café zat is, buiten het opdienend personeel, mijn twee vrienden en ik. Hadden we daarnet niet door de straten van Rabat gewandeld, ik had moeite gehad om te geloven dat dit Marokko was.

Het drinken van alcohol wordt in Marokko over het algemeen afkeurend bekeken. In de meeste cafés en restaurants zijn alcoholische dranken niet te verkrijgen. Een argument dat veel mensen gebruiken is dat het drinken van alcohol in strijd zou zijn met de islam. De Marokkaanse wet verbiedt zelfs om alcoholische dranken te verkopen aan moslims. Het mag dan ook niet verwonderen dat de grote meerderheid van de Marokkaanse bevolking nooit alcohol drinkt, al bestaan er geen statistieken over het exacte percentage geheelonthouders.

Toch produceert Marokko 85 miljoen liter bier en 35 miljoen liter wijn per jaar, bijna uitsluitend bestemd voor binnenlands gebruik. Die consumptie gebeurt in alle discretie. Cafés zoals deze gaan steeds verhuld achter geblindeerde ruiten. De deuren worden dicht gehouden, ondanks het over het algemeen warme weer.

Naast cafés zijn er in grote steden als Rabat, Casablanca of Agadir ook verscheidene winkels waar alcohol aan de man gebracht wordt, maar de drank bevindt zich steeds afgeschermd in het achterste rek of in een kelder. Aan de kassa worden de flessen of blikjes altijd in een ondoorzichtige plastic zak gestopt, zodat ze niet zichtbaar zouden zijn op straat. Om acht uur ’s avonds gaat de alcoholafdeling van deze winkels op slot. Wie dan nog niet bevoorraad is moet zich wenden tot de zwarte markt, en betaalt makkelijk een veelvoud van de normale prijs.

Het is de paradox van de Marokkaanse samenleving: er zijn strenge sociale normen die niet zomaar in vraag gesteld kunnen worden, maar wie in de luwte wat anders doet wordt met rust gelaten zolang het niet te grote proporties aanneemt. De tolerantie ten opzichte van alcohol is groot, zolang het gebruik niet in het openbaar gebeurt.

Een voordeel voor buitenlanders in Marokko is dat ze niet aan dezelfde strenge sociale regels gebonden zijn. Ze kunnen op toeristische plaatsen probleemloos een biertje bestellen op een terras, terwijl een Marokkaan met dezelfde vraag slechts op een weigering getrakteerd wordt. Voor zij die er Marokkaans uitzien maar dat toch niet zijn biedt het tonen van een buitenlands paspoort soelaas.

Het tafereel in het café is geen uitzondering voor cafés waar alcohol geschonken wordt. Het lijkt dat mensen ofwel helemaal niet drinken, ofwel geen limieten kennen. Alcoholisme is niet uitzonderlijk, maar omdat alcoholgebruik door de Marokkaanse samenleving en de overheid niet beschouwd wordt als een realiteit, is er geen opvang.

De enige momenten dat de tolerantie tegenover alcohol aan banden wordt gelegd zijn tijdens religieuze feestdagen en tijdens de vastenmaand Ramadan. In die periodes gaan de flessen alcohol in winkels achter slot en grendel. Op café zijn het enkel nog buitenlanders die kunnen drinken. Voor Marokkanen, ook voor zij die geen praktiserend moslim zijn, is het onverbiddelijk nee.

woensdag 8 augustus 2012

De Ramadan tussen vasten en overvloed


Agadir, Marokko. Het is iets na half acht ’s avonds. Overal in de stad loeien sirenes en roepen de minaretten op tot gebed. Het is het signaal dat de nacht is gevallen en dat er weer gegeten mag worden. De straten zijn leeg. Iedereen is thuis voor de lftar, het breken van de vasten. Een glas melk met wat dadels is vaak het eerste wat wordt gegeten. Het schijnt een erg voedzame combinatie te zijn en bovendien zijn dadels een heilig fruit.

De lftar, het breken van de vasten
Sinds 20 juli is voor moslims de vastenmaand Ramadan bezig. Tijdens die maand mag er in principe niet gegeten en gedronken worden van zonsopgang tot zonsondergang. Ook roken en vrijen is uit den boze terwijl het licht is.

Net niet de gehele Marokkaanse bevolking is moslim en in het land is de Ramadan een collectief gebeuren. Alle Marokkanen die ik ken vasten mee, of er komt alleszins niemand openlijk voor uit dat hij het niet doet. Toch bestaan er algemeen aanvaarde uitzonderingen: van zwangere vrouwen, zieken en reizigers wordt niet verwacht dat ze vasten.

Nachtleven
Overdag zijn de cafés leeg in Agadir. Hier en daar maakt een uitbater van de gelegenheid gebruik voor een grondige schoonmaak. Enkel in de toeristische buurten zie je mensen op terrasjes eten en drinken, maar het zijn steevast buitenlanders.

Lege straten als het nacht wordt
De dagindeling ziet er grondig anders uit tijdens de vastenmaand. Omdat er niet gegeten wordt nemen mensen geen middagpauze en in plaats daarvan stoppen ze vroeger met werken. Na het werk doen ze inkopen en beginnen ze aan het voorbereiden van het avondeten. De meeste winkels zijn ’s ochtends gesloten, maar tegen een uur of drie ’s middags zijn ze allemaal open.

Na het vallen van de nacht en nadat iedereen wat gegeten heeft komt de stad weer tot leven. Terrasjes lopen vol en op straat is het een drukte van jewelste tot een gat in de nacht. Om twee uur ’s nachts zijn een aantal winkels nog steeds open.

Rond vier uur kondigen de minaretten aan dat de nacht voorbij is. Sommige mensen staan even daarvoor op om nog wat te eten en te drinken en doen daarna hun gebed.
  
Wintertijd
De Ramadan is een maand van de islamitische kalander, die kortere jaren kent dan de gregoriaanse kalender die in het westen wordt gebruikt (en die in Marokko overigens ook wijdverspreid is). Het gevolg daarvan is dat de vastenmaand elke jaar ongeveer tien dagen vroeger valt.

Dat betekent dat de Ramadan met periodes in de zomer valt, zoals dit jaar het geval is. De zomer maakt het vasten lastiger. Niet alleen is het warmer, ook duren de dagen langer. Om de pijn te verzachten heeft de Marokkaanse overheid de wintertijd ingesteld bij het begin van de Ramadan, waardoor het vallen van de avond een uur vervroegd wordt.

Geloof
Maar de Ramadan gaat over meer dan enkel vasten. Door zich te onthouden van alledaagse bezigheden is er meer ruimte om zich te wijden aan het spirituele en aan God. Veel mensen besteden extra tijd aan gebed of aan het lezen van de Koran. Iemand vertelde mij dat alles wat met doet tijdens de vastenmaand wordt verveelvoudigd in de ogen van God.

Met familie en vrienden worden de banden intens aangehaald. ’s Avonds breken mensen vaak in gezelschap de vasten. Ook is er meer aandacht voor zij die het moeilijk hebben in de samenleving. Sowieso wordt er al makkelijk een aalmoes uitgedeeld aan bedelaars, en tijdens de vastenmaand zijn mensen nog guller.

Overvloed
Ondanks het vasten is de Ramadan geen periode van ontbering. Eenmaal het donker is wordt er vaak royaal gegeten en winkels en kraampjes op straat bieden vanaf de namiddag allerlei lekkernijen aan in grote hoeveelheden.

De vastenmaand is traditioneel de periode dat er het meeste geconsumeerd wordt. De vraag naar producten als tomaten, dadels, melk, boter, vlees en eieren kent jaarlijks in die periode een sterke stijging. Volgens een onderzoek van het Marokkaanse planbureau uit 2007 neemt de consumptie van voedingswaren tijdens de Ramadan met 13 procent toe op het platteland en met 19 procent in de steden. De verhoogde uitgaven die daar tegenover staan worden gecompenseerd door besparingen op niet-voedingswaren, of in het geval van lagere sociale klassen door leningen aan te gaan of door solidariteit van familieleden en anderen.

Wel vaker weerklinkt de kritiek dat met al die weelde aan het idee van een sobere vastenmaand voorbij wordt gegaan.

De Marokkaanse overheid doet er ondertussen alles aan om aan de toegenomen vraag tegemoet te komen – door het aanleggen van reserves of via invoer – en te vermijden dat de prijzen de hoogte inschieten.

De Ramadan duurt nog tot 18 augustus. Het einde wordt gevierd met het Aïd el-Fitr, ook wel bekend als het Suikerfeest.

vrijdag 8 juni 2012

Een rabbi in Agadir: « We zitten hier goed »


Ik vertel de politieagent aan de andere kant van het hekken dat ik een afspraak heb. Hij draait zich om en klopt op de grijze metalen poort die versierd is met een zevenarmige kandelaar. Even later doet een oude man met een keppeltje open. Het is de rabbi van de synagoge. Ik wring mij tussen het dranghekken en een bloembak en stel me voor.

Achter de grijze poort ligt een groot wit terras. Het is daar waar de kinderen spelen voor en na de dienst, vertelt de rabbi. Hij wijst me een stoel aan en gaat naast me zitten. We kijken uit over het terras. Een gigantische “La Vache Qui Rit”-affiche bedekt de muur van het naburige appartementsgebouw.

De vermoeide indruk die de rabbi maakte toen ik hem belde wordt bevestigd nu ik hem in het echt zie. Bovendien hoort hij niet meer zo goed. Als ik hem vraag hoe lang hij rabbi is moet hij even nadenken, en het komt hem voor dat het al langer dan veertig jaar is. Van al die tijd is het maar de laatste tien jaar dat hij in Agadir werkt. Daarvoor was hij gevestigd in zijn geboortestad Marrakech. Arabisch is zijn moedertaal, maar de diensten in de synagoge gaan in het Hebreeuws door.

Ik informeer naar het aantal gelovigen, en de rabbi schat dat er nog ongeveer 70 joden zijn in Agadir. In de jaren zestig waren er dat nog ongeveer 2000. Terwijl de stad sindsdien uit haar voegen barste, en nu het half miljoen inwoners overschrijdt, verlieten veel joden de stad. Op zoek naar een beter leven emigreerden ze naar landen als Israël, Frankrijk en Canada. Hetzelfde gebeurde elders in Marokko, en van de enkele honderdduizenden joden die in het midden van de twintigste eeuw in het land woonden, blijft een gemeenschap van enkele duizenden over.

Voor zij die gebleven zijn is er geen reden om te vertrekken, verzekert de rabbi mij. Marokko is een tolerant islamitisch land en de joden hebben het er goed. Hij herinnert eraan dat de het begin van de joodse aanwezigheid in Marokko – net zoals die van de Berbers – meer dan 2000 jaar teruggaat, en dateert van voor de Arabische verovering van het gebied.

Vanwaar de permanente dranghekkens en de politie voor de deur dan, vraag ik me af. Volgens de rabbi is het niet hij die erom gevraagd heeft, maar is het een beslissing van de overheid. Dreigingen van geweld zijn er nooit geweest.

dinsdag 22 mei 2012

Leven aan zee


Hoewel het één uur ’s nachts is zijn er nog steeds twee vissers op het strand met hun hengels uitgeworpen. Aan de bovenkant ervan hebben ze lichtjes gehangen, zodat ze hun lijnen zien bewegen als een vis toehapt.

De kliffen van Sidi R'bat (foto: François-Xavier Boulanger)
Ver weg van grote steden is de nachtelijke hemel boven Sidi R’bat goed gevuld met sterren. Het kleine dorp ligt enkele honderden meters achter een zandstenen klif dat het strand scheidt van de rest van het land. Toch is het allerminst verlaten aan zee, zelfs niet op dit uur. In de kliffen zijn over de hele lengte grotten uitgehouwen. Ze hebben houten deuren met een huisnummer erop. Het zijn uitvalsbasissen van vissers die vroeg op de dag het ruime sop kiezen, of van zij die houden van vissen des nachts. Het is voor zo’n grot dat we liggen in te dommelen, nadat we deze namiddag kennis hebben gemaakt met de eigenaar ervan.

 De grot (foto: François-Xavier Boulanger)
 1.835 kilometer kust telt Marokko, en er is geen stukje daarvan dat niet gebruikt wordt. De zee oefent een grote aantrekkingskracht uit, als gevolg van de vis die ze in zich heeft, de handel die ze toelaat over haar water, en het milde klimaat dat ze achterlaat overal waar haar golven zich op het land werpen.

 Een plaats als Sidi R’bat is goed voor een avontuurlijke weekenduitstap, en zo heeft elk strand haar eigen kwaliteiten. Wie een grot nogal mager vindt qua comfort, maar het toch graag rustig en bescheiden houdt, kan bijvoorbeeld uitwijken naar Tifnit. Het vissersdorpje bestaat uit gezellige witte huisjes die tot juist aan het strand gebouwd zijn, maar beschikt nog niet over stromend water of elektriciteit. Eens de nacht valt is de gaslamp van de kruidenier het enige lichtpunt dat het dorp vanuit de verte onderscheidt.

De dijk van Agadir (foto: Rudi Tierens)
Wie stromend water en elektriciteit een must vindt, is in Agadir aan het goede adres. Het brede en smetteloze strand is erg populair bij Europese toeristen die op zoek zijn naar mooi weer en die vaak hun toevlucht zoeken in de witte hotels achter de dijk. Maar ook bij de lokale bevolking is het erg in trek. ’s Ochtends en ’s avonds zijn er joggers van alle leeftijden en met alle gangbare kledingstijlen. Daarnaast wordt ook gevoetbald en gevolleybald op het strand. Een wandeling in de branding bij zonsondergang is dan weer erg populair bij koppels. De autovrije dijk tenslotte is erg geschikt voor een gezellig cafébezoek met vrienden.

Uiteraard heeft het strand van Agadir ook haar nadelen. Het is heel keurig en netjes en het maken van vuur is bijvoorbeeld verboden. Wie graag een tajine klaarmaakt op het zand kiest beter voor een van de eerder vernoemde locaties. Ook voor wie houdt van geschiedenis is Agadir geen goeie plaats. De stad werd in 1960 door een aardbeving getroffen en het oude centrum werd met de grond gelijk gemaakt. Alleen enkele oude muren herinneren nog aan de medina van vroeger.

Essaouira
Waar wel geschiedenis te vinden valt is Essaouira. De Portugezen kozen de plaats in het begin van de 16e eeuw om een fort neer te planten en onder de Marokkaanse sultan Mohammed ben Abdallah werd het in de 18e eeuw de belangrijkste havenstad van het land. De oude medina van de stad is een van de mooiere van Marokko.

In Sidi R’bat werden we de volgende ochtend wakker bij het rijzen van de zon. Terwijl ik terug naar Agadir ging, waar mijn ouders juist waren aangekomen, spoelde er een walvis aan op het strand. Een beest dat respect inboezemt, want naar ik hoorde werd het eerst nog gezegend door een imam, alvorens begraven te worden in het zand.

(foto: François-Xavier Boulanger)

dinsdag 3 april 2012

Mr. Cab Driver

Een petit taxi in Agadir
In het nemen van een taxi schuilt altijd een mogelijk avontuur. Soms ligt het aan de medepassagiers, soms is het de persoonlijkheid van de taxichauffeur die de reis onvergetelijk maakt.

Zo moest ik laatst vanuit de diplomatieke wijk in Rabat naar het station. Ik hield een petit taxi staande waar al iemand inzat, maar de dame in kwestie moest dezelfde richting uit, en ik nam plaats in de zetel naast de chauffeur. In de petits taxis – meestal Peugeots – mogen maximaal drie passagiers, terwijl in grands taxis – oude Mercedessen wiens kilometerstand de afstand tussen de aarde en de maan benadert – maar liefst zes passagiers kunnen.

Deze keer was het niet mijn medepassagier die de taxirit memorabel maakte, maar het kleurrijke gedrag van de chauffeur. Er was vooreerst zijn grappige manier van spreken. Als een spraakwaterval vloeiden de woorden uit zijn mond, zonder zich aan enig moment van stilte of pauze te wagen, alsof hij vreesde dat opgehouden woorden zich in zijn stembanden zouden ophopen tot een dijkbreuk onafwendbaar zou zijn. Er was daarnaast ook zijn gesticulatie die erg smakelijk was. Met veel gebaren verklaarde hij hoe prachtig de landen in Zuidelijk Afrika die hij bezocht had wel waren, en hoe magnifiek ze zijn in vergelijking met Rabat. Zijn linkerarm maakte bij dat gegesticuleer maximaal gebruik van het openstaande raampje en er mag van geluk gesproken worden dat geen andere auto de taxi onderhand voorbij scheerde.

Het armdansen van de chauffeur minimaliseerde het contact tussen zijn handen en het stuur, maar daar het verkeer slenterde in de avondfiles en gezien ik een overdreven gerustheid koester tegenover mensen met een rijbewijs, baarde mij dat weinig zorgen.

Een eindje voor het station hield de taxichauffeur halt. De dame op de achterbank bedankte hem in het Frans, stopte een briefje van vijftig dirham in zijn hand, en opende de deur. De chauffeur bracht het briefje tot dicht bij zijn gezicht, naar ik vermoedde om de echtheid ervan te verifiëren, stopte het in zijn geldbeugel, en gaf de vrouw een paar muntstukken terug, waarna ze uitstapte en de deur achter zich dichtwierp.

Op dezelfde cadans van armen en woorden zetten we onze tocht verder naar het station. Er volgde een opsomming van welke Zwart-Afrikaanse landen de chauffeur had bezocht en mijn vraag of zijn bezoeken om professionele redenen waren geweest onderbrak zijn woordenstroom niet.

Het was pas toen we al aan het station aangekomen waren dat ik mij vragen begon te stellen bij de rijbekwaamheid van de bestuurder. We stopten en ik nam een billet van 20 dirham uit mijn zakken dat ik hem overhandigde, in de verwachting dat hij het in een vlotte beweging in zijn geldbeugel zou steken, aangezien de teller een bedrag aankondigde dat erg dicht bij de waarde van het bankbriefje lag. Niets daarvan echter, want de chauffeur nam het billet ter hand en bracht het opnieuw tot dicht bij zijn oog. Pas nu realiseerde ik mij dat de chauffeur niet de echtheid van de biljetten controleerde, want daar bestond heus geen twijfel over, maar dat hij moeite had om de getallen erop te zien. De taxichauffeur, waar ik zowat de halve stad mee doorkruist had, kon nog niet eens de waarde van een geldbriefje lezen vanop een meter afstand!

Ik stapte uit, ging de stationshal binnen van Rabat Agdal, wandelde in de richting van het loket en hoopte dat de bestuurder van de trein die ik dadelijk zou nemen wel een oogtest had afgelegd alvorens zijn carrière bij de spoorwegen te beginnen.