Le oiseau is de roepnaam die hij van Hassan heeft gekregen. Omdat hij uit de bergen komt en zijn ziel zo rein is als het bronwater dat er uit de rotsen sijpelt. In de stad is lang niet alles zo zuiver. Het hart van zijn vriendin bijvoorbeeld, zo zegt Hassan. Ze speelt met de vleugels van de vogel.
En ook de lucht in de stad is niet zuiver. Als ik ’s ochtends de ramen van mijn appartement open, stroomt een walm van uitlaatgassen de kamers binnen. De handdoek aan de wasdraad op het terras ruikt na een week alsof hij uit een fabrieksschoorteen komt.
Daarom is het goed om er in het weekend op uit te trekken. Aan mooie natuur is er geen gebrek in de regio rond Agadir. Net buiten de stad zijn de heuvels bezaaid met struiken en cactussen. Je hoeft maar wat trappen te beklimmen om er te geraken. Het begint met een vlakke strook land waar bouwen verboden is omdat er een seismische breuklijn onder ligt. Juist erna beginnen de heuvels. Er zijn geen paden, maar de struiken staan ver genoeg van elkaar zodat je er makkelijk tussen kan wandelen.
Als je verder gaat ten zuiden of oosten van Agadir, kom je naast gigantische akkers en serres ook immense vlaktes met argaanbomen tegen. Het is van hun noten dat argaanolie wordt gemaakt, een lokale delicatesse.
Dit weekend wouden le oiseau, Hassan en ik het graag nóg wat groener, en daarom gingen we zondag naar het paradijs.
Le oiseau zit aan het stuur. Hij is een fantastische kerel. Een vrolijke vogel. Hij verdient zijn brood met het repareren van televisies.
We stoppen al snel langs de stoffige hoofdweg in Aourir om te ontbijten. Er wordt een schaaltje gebracht met olie en olijven, en een rieten mandje met drie Marokkaanse broden. Een brood per persoon per maaltijd, dat is de standaard hier. Net zoals de muntthee, die rijkelijk vloeit bij elke gelegenheid.
Onze tocht gaat verder door de heuvels. De lage struiken en cactussen rond Agadir worden bomen en bossen. De bestemming is la Vallée du Paradis. In de jaren ’60 was het een verzamelplaats voor hippies, en de hippiebusjes die we onderweg tegenkomen laten uitschijnen dat die golden sixties nog niet helemaal voorbij zijn. Ergens aan een kleine parking zetten we de auto aan de kant en gaan we een wandelpad op dat door het landschap kronkelt en ons tot bij het paradijs brengt.
Een zeven kilometer lange oase in een dal tussen de heuvels. De lucht is er adembenemend schoon, het water smeekt om te zwemmen, en buiten een occasioneel hippiebusje of een auto van een gezin op daguitstap zijn er geen ronkende motoren, gierende banden of brullende knalpotten te horen. In het paradijs zijn de vogels de meesters van het geluid.
We klauteren op rotsen, klimmen in palmbomen, bootsen het geluid van wilde varkens na, kijken wat de vissen lusten en wat niet, proberen dadels uit de boom te gooien, en zien de rotsen die de oase voeden met vers water. Wat een prachtige plaats.
Jammer genoeg moeten we al snel terug naar de stad, want le oiseau heeft afgesproken met zijn vriendin. Van ver waait de geur van uitlaatgassen ons toe. Eerst wordt ze nog vermengd met de geur van de sardienfabriek in de haven, maar eenmaal we de laatste heuvel gepasseerd waren verdwijnt ook die
Volgend weekend gaan we misschien wel terug naar de oase, gewapend met slaapzak en matje, om er de nacht door te brengen.
En ook de lucht in de stad is niet zuiver. Als ik ’s ochtends de ramen van mijn appartement open, stroomt een walm van uitlaatgassen de kamers binnen. De handdoek aan de wasdraad op het terras ruikt na een week alsof hij uit een fabrieksschoorteen komt.
Daarom is het goed om er in het weekend op uit te trekken. Aan mooie natuur is er geen gebrek in de regio rond Agadir. Net buiten de stad zijn de heuvels bezaaid met struiken en cactussen. Je hoeft maar wat trappen te beklimmen om er te geraken. Het begint met een vlakke strook land waar bouwen verboden is omdat er een seismische breuklijn onder ligt. Juist erna beginnen de heuvels. Er zijn geen paden, maar de struiken staan ver genoeg van elkaar zodat je er makkelijk tussen kan wandelen.
Als je verder gaat ten zuiden of oosten van Agadir, kom je naast gigantische akkers en serres ook immense vlaktes met argaanbomen tegen. Het is van hun noten dat argaanolie wordt gemaakt, een lokale delicatesse.
Le oiseau zit aan het stuur. Hij is een fantastische kerel. Een vrolijke vogel. Hij verdient zijn brood met het repareren van televisies.
We stoppen al snel langs de stoffige hoofdweg in Aourir om te ontbijten. Er wordt een schaaltje gebracht met olie en olijven, en een rieten mandje met drie Marokkaanse broden. Een brood per persoon per maaltijd, dat is de standaard hier. Net zoals de muntthee, die rijkelijk vloeit bij elke gelegenheid.
Een zeven kilometer lange oase in een dal tussen de heuvels. De lucht is er adembenemend schoon, het water smeekt om te zwemmen, en buiten een occasioneel hippiebusje of een auto van een gezin op daguitstap zijn er geen ronkende motoren, gierende banden of brullende knalpotten te horen. In het paradijs zijn de vogels de meesters van het geluid.
We klauteren op rotsen, klimmen in palmbomen, bootsen het geluid van wilde varkens na, kijken wat de vissen lusten en wat niet, proberen dadels uit de boom te gooien, en zien de rotsen die de oase voeden met vers water. Wat een prachtige plaats.
Volgend weekend gaan we misschien wel terug naar de oase, gewapend met slaapzak en matje, om er de nacht door te brengen.