“Monsieur monsieur, bonjour, ça va?” Met mij alles goed. En met u? “Première fois au Maroc?” De tweede keer. Of ik naar de Souk ga?
Kokosnoten noem ik hen. Tredgenoten zijn het. Mannen die even snel wandelen als ik, en toevallig juist naast mij. Naar de Souk gaan ze, net zoals ik. Onderweg kruisen ze en vervoegen ze mijn pad. Wat hen bindt is niet alleen de weg die ze volgen, maar ook hun standaardvragen, -grapjes en -vergissingen.
Meestal begint het ter hoogte van een uitgebrand gebouw, dat iets weg heeft van een halve kokosnoot, en ik daarom voor het gemak “de kokosnoot” noem, en waaraan de kokosnoten hun naam ontlenen. Ze beginnen met dezelfde vragen. Of het de eerste keer is dat ik in Agadir ben? Hoe lang ik blijf? Waar ik logeer? Of ik Fransman ben? Neen, Belg. “C’est la même chose”. Of ik naar de Souk ga? Dan of ik Marokkaanse thee ken, in de hoop dat ik het niet ken en ze mij op de thee kunnen vragen. Vervolgens het onvermijdelijke standaardgrapje: “c’est le whisky marocain”. En tenslotte vragen ze mij toch mee naar een kraampje in de Souk, want toevallig werkt hun broer, schoonbroer, oom, vader, schoonvader, neef, achterneef, of enig ander mannelijk familielid daar. “Juste pour voir”. Bedankt, heel vriendelijk maar ik kijk liever zelf wat rond.
Meneer Mohamed. Ik vind het een fijne manier om mensen aan te spreken. Meneer of mevrouw Voornaam. Zo gaat dat hier. Niet te formeel, en niet te losjes. Meneer Mohamed is de receptionist van de ONEP. Een zeer sympathiek man weet ik, hoewel ik er niet veel meer dan een paar bonjours mee heb uitgewisseld. Hij draagt een brede, zwarte snor. Als hij lacht, lacht zijn snor mee. En hij lacht breed, en zijn snor even breed mee. Hij is het gezicht van een warme ontvangst. De geknipte man achter de receptie.
Deze ochtend ben ik met meneer Hassan gaan lopen. Hassan eigenlijk, want ik heb nooit meneer gezegd. Om zeven uur voor cinema Salam. Wat jammer dat die cinema verlaten is, want voor een betonnen gedrocht heeft ze behoorlijk wat charmes. Maar daar waren we niet voor gekomen, wel om te lopen. Naar beneden. Langs de dijk. Op het strand. Waar de lucht fris en zuiver is. Tot daar-waar-die-soldaat-staat-en-je-niet-meer-verder-mag. En dan terug, langs een andere weg. Langs kolommen nieuwe appartementen, die allemaal leeg staan, maar niet voor lang meer. Over het plein waar alle taxi’s zich klaarmaken voor de dag. In twee brede rijen. Links de oranje taxi’s die de stad bedienen. En rechts de witte mercedessen, die de stad uitrijden, en van wie velen al ettelijke malen de wereld zijn rondgegaan. Terug aan cinema Salam.
Ge zijt zelf een meneer! :)
BeantwoordenVerwijderen